Wijngaard:Strekt zich uit over de 5 zeer geaccidenteerde gemeenten (op 220 tot 600 meter hoogte) Mérindol les Oliviers, Mollans sur Ouvèze (Drôme), Faucon, St Romain en Viennois en Puyméras (Vaucluse).
Bodemgesteldheid: Terrassen vol stenen, van ronde tot hoekige kiezelstenen, met een fijne aarde van rood, fijngeslepen zand.
Klimaat: van het mediterrane type, maar frisser (onder invloed van de Mont Ventoux, 1912 meter hoog).
Geschiedenis: Enkele olijfbomen en fruitbomen die tegenwoordig nog tussen de wijngaarden te vinden zijn, zijn de restanten van vroegere, zeer gevarieerde landbouw die ten onder ging in de winter van 1956. Alleen de wijnstokken overleefden die.
Tegenwoordig:In 1979 geclassificeerd als AOC Côtes du Rhône Villages. In 2005 werd de wijngaard tot Côtes du Rhône Villages met geografische herkomst verheven. (Besluit per 25 augustus)
Verbouwde oppervlakte (1ste oogst): 81 ha, jaarlijkse opbrengst: 3 243 hl ; gemiddelde opbrengst: 40 hl per ha ; maximale productie: 324 ha / 13.440 hl.
Gebruikte druivenrassen: Grenache noir 50% minimum, Syrah en/of Mourvèdre 20% minimum, andere toegestane rassen voor de appellation 20% maximum.
Oog:een wijn met een heldere, fonkelende, roodpaarse kleur .
Neus:een fijn, fruitig bouquet met aroma's van pruimen, kersen en bosvruchten (rijpe).
Mond:een volle wijn met soepele tannines en een bijzonder lange en aromatische afdronk.
Te serveren bij: gaat goed samen met rood vlees, wild en soorten kaas.
Bewaren:2 jaar op fust gerijpt. De rode wijnen zijn 5 tot 7 jaar te bewaren.
Etymologie van de «lieux-dits» waar men Puyméras produceert:
«Plaine de Rouvière» : afkomstig van chêne rouvre (zomereik; Latijn robur) = Vlakte van de eiken
«Le Moustie » : Le Mousteiret is een verkleinwoord van monasterium, wat leidde tot het Occitaanse mostièr, «klooster», een vorm die makkelijk in Moustier te herkennen is.
«Les Ferrières» :rode aarde, die rijk is aan ijzer (fer in het Frans).